Nooit meer grasduinen

23-09

Roots. Dat is de nieuwe titel van het natuurblad Grasduinen. Een blad dat ik al heel lang niet meer in handen heb gehad, misschien juist wel door die titel. Want wie weet er anno nu nou nog wat grasduinen is? Misschien dat mijn vader, wanneer hij een specifiek boutje of moertje moet aandraaien, nog wel eens wat wil grasduinen in zijn gereedschapskist, maar voor de meeste lezers van zestig-min klinkt grasduinen misschien eerder als een groenbegroeide heuvelsoort dan als een speels werkwoord met natuurliefhebbende ondertoon. Dan is Roots beter. Gewoon in goed Engels met een Nederlandse klank, zoals we dat gewend zijn tegenwoordig.

Ik koop er één. Nieuwe initiatieven moet je een kans gunnen, zeker als ze lekker glanzende dikke letters op de cover hebben. Van het type waar je zo smeuïg met je vinger overheen kunt vegen en dat ze dan een beetje vettig worden. Twee gladde ronde o’s in het midden, wat een verwennerij. Het Twittervogeltje op de ‘r’ is vast geen Twittervogeltje, maar geeft ’t toch wat hippigs.

Er is gemopperd op de nieuwe titel, lees ik in het redactionele voorwoord. Tuurlijk. Lezers mopperen per definitie op alles wat nieuw is.  Mensen mopperen per definitie op alles wat nieuw is. Lang niet allemaal, maar meestal juist het deel dat van zich laat horen. Niets van aantrekken, Roots, dit is echt heus beter dan Grasduinen.

Fotograferen kunnen ze nog steeds als de beste bij Roots. Dat kan ik me van zijn voorganger ook nog goed herinneren. Schitterende macro’s, sfeervolle vergezichten, fraaie belichting. En dan zeg ik zo maar wat, want ik heb geen verstand van fotografie. Ik ken de categorieën ‘mooi’, ‘mwoh’ en ‘niet mooi’. Uitgerekend de coverfoto valt helaas als enige in de middelste categorie; de rest in de eerste. Volgende maand gewoon opnieuw proberen. 

Kleurrijk verhalen

Een eerste blik op de teksten brengt het grasduinengevoel weer even  terug: “Paul Böhre is redacteur bij Roots, vogelaar en natuurliefhebber. Op de komende pagina’s speurt hij naar hartelust in de natuur en verhaalt hij op een kleurrijke manier over zijn belevenissen en de dieren en planten van deze maand.” Daar werd je in de jaren vijftig wellicht direct door het verhaal in gezogen. Nu wat minder.

Dan valt mijn oog op de rubriek ‘Psychologie’. Psychologie in een planten- en dierenblad? Als het maar geen diepte-interview is met een paardenfluisteraar, of een reportage over een managementcursus waarbij de deelnemers door het knuffelen van varkens nieuwe leiderschapsstijlen leren ontwikkelen. ‘Het nut van nietsdoen’ luidt de kop. Dat klinkt goed. Het blijkt een elf pagina’s tellend juweel. Fijn onderwerp, aansprekende fotografie en vooral: ijzersterk geschreven. Luciënne van Ek boeit haar lezers vier volle tekstpagina’s lang (deze lezer in elk geval wel), terwijl ze zich toch baseert op niet de geringste bronnen: een entomologisch onderzoek, het werk van een evolutionair bioloog, een neurowetenschapper, een centrum voor Psychiatrische Rehabilitatie en nog een hele riedel. Ga er maar aan staan.

Dat niksen uitermate nuttig is, en dat we ook wat dat betreft beter een voorbeeld aan het dierenrijk kunnen nemen, is daarbij een prettige boodschap. “Wie lui is, verbrandt minder calorieën dan wie de hele dag in gestrekte draf over de savanne jakkert”, lees ik. Niet verrassend, maar wel leuk opgeschreven. Nou is de efficiënte besteding van calorieën voor ons wat minder relevant omdat ons voedsel gezeglijk in de schappen ligt, maar ook wij kunnen wel wat meer rust pakken als we onze levenslust, productiviteit en creativiteit willen behouden, schrijft Van Ek. Glashelder legt ze het nut van niksen uit en vertelt ze waarom we van sommige diersoorten zo’n bezige indruk hebben en waarom dat plaatje niet overeenstemt met de werkelijkheid. Dat je daarbij óók meteen oppikt dat ‘spitsmuizen 68 procent van hun tijd maar wat uit hun spitse neusjes zitten te eten”, daar moet ik persoonlijk erg om lachen. Ik zou zeggen: gun haar een plekje in de vaste redactie, deze Van Ek, ze is goud waard!     

Van alles wat

Ook de rest van het blad vond ik, hoe moet ik het zeggen, best onderhoudend. Dat er toch weer per se een BN-er in moest, wordt verzacht door het feit dat het een goed verhaal is en Martin Simek nog niet ál te uitgekauwd. De uitneembare wandelkaart en ansichtkaarten doen me een beetje denken aan Flow, maar ach, je wilt als nieuw blad je lezer tenslotte graag een cadeautje geven. Verder zie ik aardige reportages, veel detailnatuurweetjes (die ik altijd meteen weer vergeet) en zelfs twee recepten voor een freak als ik (Lauwe pastasalade met druiven en uien gaat in mijn verzameling. Als ik NU meteen begin en doorga tot ik er letterlijk bij neerval, kan ik misschien al mijn bewaarde recepten tenminste één keer maken.)

Roots is vooral geen tobberig blad. Geen missionarisachtig gehamer op groen gedrag, zoals je op sommige blogs nog wel eens ziet. De woorden ‘duurzaam’ en ‘klimaatverandering’  kom ik maar in één artikel tegen: een reportage over de teloorgang van koraalriffen. O, en in een rugzakkentest, maar daar heeft duurzaam de betekenis van ‘gaat lang mee’. Gewoon lekker van de natuur genieten, is het devies van Roots en daar is helemaal niks mis mee. Dus, natuurliefhebbers: probeer ‘m gewoon ‘n keer!

NB. Dit artikel is NIET gesponsord door een natuurblad dat onlangs van naam is veranderd. Ik heb geen aandelen in Sanoma en helemaal niks te winnen bij het schrijven van dit blog. Het is gewoon een leestip.

Tags:, ,

Plaats een reactie