Voorpublicatie

07-10

Eigenlijk moet dit verhaal in de duurzame portrettengallerij, maar er gaat daar technisch even iets mis. Daarom hangen we Jitske Draisme hier alvast maar even op:  

“Eindelijk mag ik hebberig zijn”

 Wie?               Jitske Draisma

Waar?             Hilversum

Wat?               Eigenaar Het Groene Warenhuis

Waarom?       Omdat puur idealisme zo ontwapenend is.

Ze komt uit een christelijk-rood nest en diep van binnen is ze soms nog Afrikaan. “Dat geordende, die geregeldheid van Nederland; dat vind ik soms nog wel een beetje beklemmend.” Een leven als zelfstandige zal haar dan waarschijnlijk ook goed gaan passen. Kort geleden gaf Jitske Draisma haar ambtenarenbaan bij de Dienst Landelijk Gebied op om zich helemaal te kunnen wijden aan de (digitale) verkoop van duurzame kleding. “Geweldig dat ik mijn hebberigheid en mijn groene geweten nu eindelijk met elkaar kan verenigen.”

Haar Hilversumse maisonette weerspiegelt haar manier van leven en werken: Jitkse houdt van spullen, maar is geen ongebreideld consument. De woonkamer is zorgvuldig retro ingericht, maar niet van dat nieuwe, dure retro. Echt retro, uit de jaren zestig en zeventig. Gekregen, uit kringloopwinkels of van rommelmarkten. Ja, het behang met Seventies print is nieuw en de box voor haar dochter van ruim anderhalf is van Ikea. Maar daar zijn ze tegenwoordig óók heel duurzaam bezig, bij Ikea.

“Ik leg mezelf constant langs de meetlat”, zegt ze. “Dat is soms best lastig. Zie ik wat leuks, ben ik helemaal enthousiast, en dan komt dat stemmetje weer: ‘heb ik het wel écht nodig?’ Wat dat betreft ben ik wel wat extremer geworden dan mijn ouders.” Jitske vertelt over haar vader en moeder, die allebei docent waren aan een agrarische school. Eerst in Zambia, later in Mozambique. “Puur uit idealisme. Mijn vader had dat weer van zíjn vader, die stuurman was op de Holland-Afrika Lijn. Mijn opa was gegrepen door het streven naar onafhankelijkheid van Afrikaanse landen en mijn vader, zijn broers en één van zijn zussen namen dat van hem over.” Jitskes vader was, soms tot verbazing van zijn omgeving, lid van de PvdA én van de Gereformeerde Kerk. “Hij vond dat de socialistische idealen dichter bij de ideeën van Jezus stonden dan die van de traditioneel christelijke partijen. Dat moreel besef ging in onze familie van generatie op generatie.”

Onaangepast en nieuwsgierig

Tot haar zesde jaar woonde Jitske in Mozambique. “Er woont daar nog steeds een aantal familieleden, die inmiddels genaturaliseerd Mozambiqaan zijn.. Maar wij gingen terug.”

Ze kijkt er wat melancholiek bij. De regen die gestaag langs de ramen druipt, maakt heimwee naar zonniger oorden makkelijk invoelbaar. “Vooral in mijn puberteit dacht ik vaak dat er nog een stukje Afrikaan in mij zat. Ik was een beetje onaangepast, bemoeide me snel met ruzies van anderen, zodat ik er zelf bij betrokken raakte. Ik was gewoon wat directer dan mijn omgeving, Nog steeds wel, trouwens. Daarnaast was, en ben, ik altijd heel erg bezig met het nieuws. Wat gebeurt er op de wereld? Hoe verhouden ontwikkelingen zich tot elkaar?”

Omdat ze overal een uitgesproken mening over had én omdat op de middelbare school bleek dat ze goed kon schrijven, ging de ze naar de School voor Journalistiek in Utrecht. “Daar ontwikkelde ik een haat-liefde verhouding met schrijven. Ik vond het leuk om te doen maar het was altijd een worsteling. Bovendien kon ik bijna nooit aan mijn eigen eisen voldoen. Ik schreef teksten zonder franje, terwijl ik die franje bij anderen juist altijd zo mooi vond. Dat gevecht wilde ik mezelf niet blijven aandoen.”

Ze werd voorlichter bij de Vogelbescherming, een functie waarvoor ze meer moest schrijven dan ze had verwacht. Na en paar jaar ging ze op zoek naar een meer schrijf-arme baan en bood haar diensten aan bij de Dienst Landelijk Gebied. “Ik begon als secretaresse. Dan was ik maar vast binnen. ‘Wat doen jullie toch leuk werk, met dat inrichten van natuur- en recreatiegebieden’, zei ik steeds, zodat men zag dat ik méér wilde dan secretaresse zijn. Vooral de informatieavonden die voor omwonenden werden georganiseerd, vond ik geweldig. Dat mocht ik uiteindelijk ook gaan doen.” Negen jaar werkte Jitske bij de Dienst, maar geleidelijk begon het toch te wringen. “Je bent maar zo’n klein radertje in de machine. Je kunt maar zó weinig invloed uitoefenen en je hebt zóveel geduld nodig. Dat past niet bij mijn idealisme en niet bij mijn temperament. Het hiërarchische wereldje van de bestuurlijk verhoudingen botste ook nogal eens met mijn rechtvaardigheidsgevoel.”

Mooie spullen en tóch verantwoord

Een kraampje met ecokleding op een biologische markt in ‘s Graveland zette Jitske op een nieuw spoor. “Er stond een vrouw met wollen kleding uit Nederland. Hartstikke duurzaam. Ineens realiseerde ik me dat je met mooie spullen bezig kon zijn, en tegelijkertijd ethisch en verantwoordelijk. Ik had altijd het gevoel gehad; áls alles misloopt, begin ik een antiquariaat. Maar dit kon natuurlijk óók, besefte ik toen. Een duurzame inspiratieavond gaf me het laatste zetje: ik zou een webshop gaan beginnen met duurzame kleding.”

Twee jaar lang ging Jitske met haar spaargeld ‘naïef winkeltje spelen’, zoals ze het zelf achteraf noemt. Haar man Marco verzorgt het technische deel van de webshop. “Dat is zijn vak. Ik merk dat ik zelf geen zin heb om dat echt te gaan beheersen. Maar zo vullen we elkaar mooi aan.” Ze koopt alleen kleding met een Fairtrade  en een GOTS label: Global Organic Textile Standard. “Uiteindelijk hoop ik ooit een eigen label in de markt te kunnen zetten. Dan kun je het hele productieproces zelf van begin tot eind volgen, zodat je helemáál zeker weet dat het allemaal duurzaam gebeurt. Maar zover ben ik nog niet.”

Een volgende stap in die richting is inmiddels wel gezet. Door een reorganisatie bij haar werkgever kreeg ze de kans om een zogenoemd ‘verlof eigen bedrijf’ op te nemen: een aantal maanden werkt ze doorbetaald aan de professionalisering van Het Groene Warenhuis en daarna eindigt haar arbeidscontract. Ze is op zoek naar een geldschieter om te kunnen opschalen. “Tot dusverre bestelde ik van mijn eigen geld steeds een aantal kledingstukken in elke maat. Ik heb het gelukkig allemaal kunnen verkopen, maar het is wel op eigen risico. Lachend: “Als ik ergens mee blijf zitten, mag ik hopen dat het me past, zodat ik het zelf kan dragen.” Om minder kwetsbaar te zijn voor dergelijke tegenvallers, overweegt Jitske om zich te concentreren op ‘basics’ als T-shirts en ondergoed. “Dat is volgend jaar niet meteen ‘uit’. En dat is op zich óók weer duurzaam: het is geen wegwerpmode.”

Waar ze zichzelf over vijf jaar ziet? “Dan heb ik een keten, net als de Hema of de V&D. Haha, nee hoor, maar ik wil straks wél een fysieke plek, een verkooppunt waar ik contact kan hebben met klanten. Want dáár gaat het mij uiteindelijk om. Duurzame producten zijn voor mij een middel om in gesprek te gaan over een duurzame lifestyle.”

Tags:, ,

Plaats een reactie