Wie blogt hier en waarom?

Op Sicilië, mei 2009

Waarom bloggen over duurzaamheid en klimaatverandering? In mijn eerste bericht, van 1 maart 2010, beantwoord ik die vraag door de verwarring te schetsen die je kan overvallen als je met deze onderwerpen bezig bent. Er wordt véél, en vaak tegenstrijdig, over deze onderwerpen geschreven. Dan raak je de weg kwijt en in mijn geval helpt het enorm om er dan maar over te gaan schrijven.

Zuiver therapeutisch dus, maar vooral ook: pure interesse. Alles wat groeit en bloeit heeft me mijn hele leven al geboeid. De interesse in de bedreigingen van al dat moois krijg je dan gratis bijgeleverd. Die betrokkenheid vertaalde zich op mijn vijftiende in deelname aan de Walfietstocht voor Greenpeace, waarbij je je door vrienden en familie per kilometer liet sponsoren. (Opbrengst: 80 gulden en twintig cent) Vanaf mijn twintigste in een lidmaatschap van het WNF. Vanaf een jaar of dertig neemt mijn natuurliefde vooral de vorm aan van bedaagde hobby’s als wandelen en tuinieren. Geen woest barricadewerk dus.

Maar toen begon de berichtgeving over de opwarming van de aarde mijn aandacht te trekken. Ergens halverwege 2009 moet dat geweest zijn, dus een opinieleider kan ik zeker niet genoemd worden. Al Gore had ik natuurlijk wel gezien en gehoord, maar op de één of andere manier maakte zijn verhaal wel indruk, maar niet echt verschil. Ik kwam in contact met Inez de Boer, die voor het Nederlandse Rode Kruis trainingen verzorgt voor de zogenoemde voorlichters klimaatadaptatie, een vrijwilligersfunctie voor die organisatie. Zij raadde me aan om Field Notes from a Catastrophe te lezen, een vrij heftig boek over klimaatverandering van Elizabeth Kolbert, een Amerikaanse onderzoeksjournalist.

Dat hakte erin. Kolbert reisde de halve wereld over om met vooraanstaande wetenschappers te praten over de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering en het te verwachten verloop van de processen die hierdoor in werking worden gezet. Somber stemmende verhalen, waar misschien door klimaatwetenschappers (en zéker door klimaatsceptici) wel wat op aan te merken valt, maar die er doortimmerd en verifieerbaar uitzien.

Ik begon het nieuws over het onderwerp wat nauwlettender in de gaten te houden en las nog wat meer verontrustende boeken. Bij wijze van tegengif hing ik wat rond op sites van sceptici én kreeg ik meer belangstelling voor verhalen over duurzaamheid. Want van wat ik er tot nu toe van begrepen heb, ligt daar de sleutel tot het keren, of tenminste afremmen, van de alarmerende processen waarover auteurs als Elizabeth Kolbert schrijven.

Eind 2009 interviewde ik de directeur van de duurzaamheidsdivisie van een groot bouwbedrijf. “Er komt de komende jaren en tsunami aan regelgeving en maatregelen om het bedrijfsleven te verduurzamen”, voorspelde hij. In hoeverre dat proces al in volle gang is, onttrekt zich aan het zicht van een ZZP-er achter een computer, maar ik geloof hem graag. Tegelijkertijd buitelen verhalen over klimaatdelicten, vertragende besluitvorming en het afschermen van gevestigde economische belangen óók over elkaar heen.

Het besef van urgentie groeit, net als het verzet daartegen. De vraag is: gebeurt wát er gebeurt wel snel genoeg? En: kloppen die onrustbarende voorspellingen over het tempo waarin alle klimatologische veranderingen zich voltrekken? (lees bijvoorbeeld het vrolijk stemmende De laatste generatie van Fred Pearce)

De antwoorden op die prangende vragen ga ik in elk geval niet geven.

Ik ga er gewoon naar kijken, van verschillende kanten. Ik ga er over nadenken. Ik ga er over schrijven. En daarmee hoop ik de eventuele bezoeker van Het Groene Web (een titel die mijn elfjarige zoon bedacht heeft, overigens) óók een beetje aan het denken te zetten. Of tot reageren te verleiden. Of, nog beter, tot het plaatsen van enorme opdrachten. Want als ik met schrijven een bijdrage kan leveren aan een betere, duurzamere wereld, dan heb ik mijn doel bereikt (en zo val ik toch nog door de mand als wereldverbeteraar).

Nog niks wijzer over afzender van dit blog? Bekijk mijn website of CV.